Kritiek Middle East Jan-Jakob Delanoye


Het is geen ongewoon gegeven meer dat hedendaagse opera inspeelt op politieke actualiteit. ‘Middle East' bevestigt het idee dat sommige componisten zich vandaag willen mengen in het sociopolitieke debat, echter zonder concreet te moraliseren. De universele waarde van een opera is immers gedefinieerd door zijn tijdloze hanteerbaarheid.
In deze ‘Middle East' wordt de Israëlisch-Palestijnse kwestie dan ook niet feitelijk uiteengerafeld, maar poot de librettist meer abstracte bevindingen neer rondom het schijnbaar onoplosbare conflict. De kern van de zaak, aldus drijvende kracht Philippe Blasband, is dat Yasser Arafat en Ehud Barak tijdens hun vredesonderhandelingen in Camp David anno 2000 nooit bereidwillig tegenover elkaar hebben gezeten. Deze opera probeert dan ook de verziekte sfeer van stilstand en blind wantrouwen te vatten die een constructieve dialoog tussen beide bevolkingsgroepen tot op heden onhaalbaar maakt.
‘Middle East' begon bij een libretto van Blasband, waarin losse flarden tekst een intellectuele inertie voor ogen moeten roepen. De auteur heeft zich echter expliciet van een tastbaar verhaal willen afkeren, waardoor elke plotontwikkeling ontbreekt. Dat is een keuze die wel vaker gemaakt wordt in de hedendaagse opera, omdat ze het rationele grondplan veel meer vrijheid laat. Aan de andere kant verliest de toeschouwer echter houvast en moet deze voor zichzelf een samenhang construeren uit weinig samenhangende input. Bij ‘Middle East' lijkt dat schier onmogelijk en de scène zowel als de muziek lijkt te accentueren dat er geen conventioneel en reproduceerbare gedachtegang wordt gevolgd. Het libretto vormt weliswaar een intrigerend kluwen, dat helaas niet intensiveert en waarvan weinig blijft hangen.
De regie, in handen van Johan Dehollander, lijkt niet zo goed te weten hoe dat bevreemdende libretto vormgegeven moet worden. Acteur Thomas Bellinck werkt zich in het zweet als speelvogel die een metaforische verwijzing lijkt naar het gebrek aan ernst waarmee beide partijen om de tafel zaten. Puur visueel levert Dehollander hier en daar mooi werk, maar zijn enscenering is te lomp en nadrukkelijk. Ze druist te gretig in tegen de poëzie van de partituur en het efemere libretto, waardoor het evenwicht verstoord wordt. Bovendien voegt Dehollander inhoudelijk amper iets toe aan wat Blasband via de gezongen stemmen aanreikt.
Wel opzienbarend is de mooie videoprojectie van Pascal Poissonnier, die de ondertitels verwerkte tot een bewegende ‘film' waarin hij bepaalde woorden uitlichtte, om later weer de lading van sommige zinnen door middel van effecten extra diepgang te geven. Tot slot is het de partituur van Frank Nuyts die ‘Middle East' genietbaar maakt. Zijn muziek is duidelijk geënt op wat voorgangers uit de recente klassieke muziekgeschiedenis deden, mits toevoeging van zelfrelativerende uitstapjes naar jazz en zelfs begeleiding bij cartoons. Extreem indringend wordt het muzikale niet, maar wel schept Nuyts een fragiele, ontroerende sfeer die de hele opera lang gehandhaafd blijft.
Het Spectra Ensemble speelt de muziek uitstekend onder het toeziend oog van Filip Rathé, en Ruth Rosenfeld geeft de breekbare sopraanpartij prachtig gestalte. Thomas Bellinck, in een op zich al ondankbare rol, valt definitief door de mand wanneer hij moet zingen, maar niettemin culmineert ‘Middle East' in een poëtisch orgelpunt, dat de totale stilstand ongecompliceerd tot uiting brengt. ‘Paroles inutiles' - alleen al van dat harde eindverdict zou je door en door stil worden.

Uit: “De Standaard’ 30 V 2011
door Wouter Hillaert
Een brandende keukenstoel. Het is één van de meest rake beelden die we dit seizoen op een scène zagen. Want die stoel werpt in Middle East van LOD niet alleen licht op het Palestijns_israêlisch vredesproces, hij verbeeldt ook de toestand van elk politiek overlegsmodel. Het draagvlak voor rustig en constructief onderhandelen brandt op als een fakkel.
‘We zullen gaan zitten’, zo begint het libretto van Philippe Blasband nochtans. Aan het woord is Yasser Arafat of Ehud Barack.Of misschien wel Bill Clinton die beide staatsleiden in juni 2000 samenbracht in Camp David. Uitgezongen door Ruth Rosenfeld draagt hun voornemen om rond de tafel de vrede uit te tekenen, meteen een onontkoombaar failliet in zich.
Het geniaal eenvoudig scènebeeld van scenograaf Stef Stessel biedt een aanvullende kijk op Camp David. Op een centraal podiumpje staat een tiental afdankertjes van stoelen, zeteltjes en krukjes in een kring. Het vredesoverleg is kaduuk, maar lijkt ook gewoon het toneelspel van kinderen op zolder.
Even nonchalant speelt acteur Thomas Bellinck met vlagjes en vliegtuigjes oorlogje in het zand op de tafel. Als hij daarna een krukje en een hogere stoel tegenover elkaar zet en ‘praat nu’ roept, zet dat absurde verhoudingen nog pijnlijker in de verf.
Middle East kiest geen kamp. Het verhoudt zich tot de Palestijns-Isrealische kwestie als een koor tot een Griekse tragedie. De toon is die van de doordacht variërende muziek van Frank Nuyts, uitgevoerd door het Spectra Ensemble: troostvol, nergens tranerig. Eerst schildert Blasband in zijn eenvoudige, trefzekere lijnen twee eervolle persoonlijkheden, om ze dan te laten clashen in wederzijdse verwijten. ‘Ik ben een staatsman, jij een tinnen soldaatje.’
Wie wat zegt, is niet van tel. De grote verdienste van Middle East is dat LOD afrekent met elk dualisme in dit conflict en veeleer de gedeelde tragiek van beide onderhandelaars treft. Alle twee zijn ze veel banger van de vergelding van hun eigen achterban dan voor die van de vijand. Alle twee willen ze gewoon naar huis.
De brandende stoel is de catharsis van die tragedie. Je ziet zowel de oorlog zelf als het onvermogen om die al pratende te bezweren. Ontheemd als twee kampvluchtelingen staren Bellinck en Rosenfeld in de vlammen. Het maakt de eenzaamheid van de representatieve politiek haast tastbaar en typeert Middle East als een prachtige zwanenzang.
Of zou het intussen laatste lekkende vlammetje uit de stoel er toch een van hoop zijn?

Middle East

Paroles inutiles

 
Wie de persmap van Middle East ( * * * ) niet gelezen heeft weet wel wat hij ziet, maar niet wat de bedoeling is. Waar het over gaat, staat halverwege het programmaboekje. Aan te raden valt op z’n minst dat te lezen wil men genieten van de voorstelling. En genieten zit er in. Als één ding duidelijk is, is dat op alle gebied kwaliteit werd geleverd. Muziek, spel, decor, projectie zijn beeldschoon.
 
BURENRUZIES
 
In juni 2000 bracht de Amerikaanse president Bill Clinton Yasser Arafat, Palestijns leider, en premier van Israël Ehud Barak samen in Camp David, in een poging nu eens eindelijk komaf te maken met de burenruzies over en weer die telkens uitmondden in minioorlogen weer en over. Een poging die van bij de eerste zet gedoemd was te mislukken, zoals elkeen weet die een beetje vertrouwd is met de kwestie, maar je weet nooit. De gebeurtenis is de geschiedenis ingedoken en daar blijven plakken door het idealisme van Bill Clinton: zelfs in een strohalm,
blowing in the wind, zit nog leven.
 
DAMOCLES
 
Boven het decor hangt een zak fijn zand. Tussen het doven van het zaallicht en het opgaan van het toneellicht wordt hij in beweging gebracht. De zak wordt het gewicht van een slinger boven een tafel waarrond kinderstoelen staan, in alle mogelijke vormen en gewichten, de een al iets groter dan de andere. Ze zijn te klein of zitten niet goed voor de zwaargewichten. Zij zijn niet Arafat en Barak, maar de emanatie van de politici. Hadden u en ik daar gezeten, we zouden er ook niet uitgeraakt zijn, met de kennis en de ervaring van wat Israël en Palestina hebben meegemaakt, van wat dreigt een honderdjarige oorlog te worden.
 
Wij worden vervangen door twee zangers, Ruth Rosenfeld en Thomas Bellinck. Zij dialogeren, al zingend, het is nu eenmaal een opera, maar wat ze zingend zeggen is niet meer dan routinepraat bij een eerste ontmoeting.
 
A – We zullen? ons zetten.
B – Naast elkaar.
A – Aan dezelfde tafel.
B – We zullen ons zetten.
A – We zullen praten.
B – [Ik zal zwijgen.]
A – We zullen ons zetten.
B – [Dat heeft geen enkele zin.]
A – We moeten.
B – We zullen ons zetten.
A – Waarom gaan zitten?
B – Waarom ?!?
A – We zullen ons zetten.
B – We gaan zitten. We zetten ons.
 
Wat volgt, is het voorstellen van elkaar. Buiten naam en toenaam summier de fasen in hun leven die hen tot die hoge post hebben gebracht. Maar over de zaak waarvoor ze bij elkaar zitten wordt met geen woord gerept. Om aan de praat te blijven vertellen ze over wat hun als kind het meest geraakt heeft. Dat blijkt de grondlaag te zijn van hun visie, hun koppigheid, hun ambitie. Leuk, maar het brengt geen zoden aan de dijk. In plaats van zoden steekt een zanger een gat in de zak. En nog een gat. Sneller en sneller. Wilder en wilder. Tot het zand de tafel met zijn speelgoedkopjes en alle bijhorende spullen bedekt. Kinderstoelen vliegen in het rond. Aan het eind, een uur die de duur van de onderhandelingen comprimeert, staan ze even ver dan in het begin.
Paroles inutiles. Onder het oog van twee kinderfoto’s. Die vanuit de achtergrond halverwege de voorstelling naar voor werden gehaald. Ze staren in het niets.
 
B – We zullen ons zetten.
A – We zullen ons zetten.
B – Onze rechter armen zullen van gedachten wisselen met onze linker armen. Onze raadgevers zullen onze raadgevers raad geven. Overbodige woorden. En dan de stilte.
A – Ja. De stilte. Eindelijk.
 
DE ANGST REGEERT
 
Eindelijk is het afgelopen. De zinloze bijeenkomst. De lege dialogen. De clichématige beleefdheidsformules. De ingestudeerde beledigingen. De halfafgewerkte bewegingen. Kromgebogen lichaamstaal. De wanverhouding. De medialach. Eigenlijk zegt alles niets. Dat is de essentie van het conflict. Omdat de ene het land wil van de ander. Een morzel grond. De angst regeert. Mijn morzel is niet jouw morzel. Handen af. Vergeet hem. Mijn beloofde land is meer waard dan jouw uitverkoren land. Mijn land is van mijn vaders’ vader. Mijn land is van mijn moeders’ moeder.
 
ZIEN, HOREN… VOELEN
 
De dialoog wordt op een panoramisch scherm geprojecteerd. Van de hand van Philippe Blasband. Hij zette zijn libretto om in een grafisch spel dat de gevoelens gestalte moet geven. Onder het scherm zitten de muzikanten. Het Spectra ensemble, o.l.v. Frank Rathé. Rustig maar gedecideerd leidt hij het ensemble door de neo-tonale toonspraak, beïnvloedt door hedendaagse muziekgenres, van Frank Nuyts.
 
De minimale regie van Johan Dehollander past perfect bij deze voorstelling. Ze is een reflectie op een historische gebeurtenis. Zowel reflectie als gebeurtenis zijn blijven plakken. Hebben zich vermengd. De moeite waard om te zien en te horen, deze voorstelling. En als de toeschouwer zich voldoende documenteert alvorens plaats te nemen, voelt hij ook wat Dehollander bezielde.
 
Guido Lauwaert
 
Middle East – productie LOD – info en optredens: www.lod.be


Interview with Evelyne Coussens about Middle East

Middle East is een kameropera over het zwijgen
‘Overleven is: hopen dat datgene wat nooit zal gebeuren tóch zal plaatsvinden’
‘Als iemand een rode draad door m’n oeuvre zou ontdekken, zou ik er alles aan doen om die te verbreken.’ – ‘Heel mijn leven ben ik al bezig met het aftasten van grenzen, met het zoeken naar de plaats waar traditie en vernieuwing elkaar raken.’ – ‘Van zodra een gedachte te concreet wordt vind ik haar niet meer interessant.’
Ze zijn behoorlijk ongrijpbaar, de drie makers van Middle East. De een kan niet kiezen tussen film of theater, de ander balanceert met zijn composities tussen oude en nieuwe muziek en een derde maakt gelaagde beelden die zich losrukken van elke eenduidige interpretatie. Voor filmmaker/scenarist Philippe Blasband, componist Frank Nuyts en regisseur Johan Dehollander is alles voortdurend in beweging. En toch maakten ze met Middle East een voorstelling over stilstand – en over stilte.
In 2000 werd hoopvol uitgekeken naar het diplomatieke overleg tussen Ehud Barak en Yasser Arafat, dat onder het toeziend oog van Amerika plaats zou vinden in Camp David. Nooit eerder had een duurzame vrede in het Midden-Oosten zo dichtbij geleken… en nooit eerder bleef ze in realiteit zo veraf. De dialoog vindt nooit plaats, de gesprekken blijven stom.
Paroles inutiles. De hoop op vrede glipt weg als rul woestijnzand. Met die verloren kans, dat weggegooide momentum in gedachten legden Blasband, Dehollander en Nuyts hun verbeelding samen.
Het resultaat blijft ver uit de buurt van een historisch relaas of een politiek pamflet
– Middle East is veeleer een gestolde schreeuw van onmacht. Zangeres Ruth Rosenfeld en acteur Thomas Bellinck vertolken de kwetsbare uitwassen van een zinloze oorlog. Het SPECTRA Ensemble injecteert de compositie van Frank Nuyts met de nodige grimmigheid, de expressionistische projecties van videokunstenaar Pascal Poissonnier schenken de tekst van Philippe Blasband een tweede leven.
Hoog tijd voor een goed gesprek met de makers, over het zwijgen.
Philippe, jij werd een vijftal jaar geleden door Frank gecontacteerd met de vraag tot samenwerking. Lag het idee voor Middle East meteen op tafel?
Philippe Blasband:
‘Neen, integendeel eigenlijk. Toen ik voor de eerste keer met Frank praatte over een gezamenlijk project had ik vijf, zes onderwerpen in mijn hoofd. Ik had nooit gedacht dat hij er dit onderwerp zou uitpikken – voor veel mensen blijft het Midden-Oosten-conflict ver van hun bed. Maar Frank wist meteen waarvoor hij wou gaan.’
Frank Nuyts: ‘Dat heeft een persoonlijke reden. Het conflict in het Midden-Oosten is het eerste conflict dat ik als tienjarig kind bewust beleefd heb. Er bestaat voor mij werkelijk een ‘voor’ en een ‘na’. Ik herinner me nog het precieze moment waarop ik besefte dat de wereld in oorlog was. Ik was net met de Meccano een bommenwerper aan het maken, toen ik op de radio over het Midden-Oosten hoorde berichten. Ik heb dat ding weer afgebroken en nooit nog een oorlogstuig willen bouwen.’
Blasband: ‘Voor mij gaat dit conflict verder dan zijn geografische grens. Het is een verhaal over non-communicatie, over elkaar niet kunnen en willen begrijpen, en dat is een gegeven dat vandaag en overal aan de hand is. Twee personen die onderhandelen maar nooit tot een akkoord zullen komen omdat ze eigenlijk niet echt met elkaar spreken – je hoeft niet ver te zoeken om daar voorbeelden van te vinden.’
Wat prikkelde jou als regisseur, Johan?
Johan Dehollander:
‘De onmogelijkheid van het gebeuren. Theatraal gezien liet dat voor mij juist veel mogelijkheden open. Stel je voor: de ontmoeting tussen Arafat en Barak in Camp David. Ze kijken elkaar in de ogen, en van de eerste minuut is duidelijk: we zullen niets zeggen. Nous allons nous asseoir. Cela ne servira à rien. Mais il faut le faire. Er gebeurt niets, er zal niets gebeuren. Dat is een machtig interessant gegeven.’

Weg van het realisme

Frank, jij bent natuurlijk vertrouwd met de mogelijkheden van muziektheater, maar hoe zat dat bij de anderen?
Dehollander:
‘Alles aan het Middle East-verhaal was nieuw en vreemd voor me: libretto, ensemble, muziektheater… Ik wist van niets, ik dacht dat een kameropera een opera in een kamer was. (glimlacht) Ik vind dat nog steeds een klein wonder, hoor: je begint met een paar ideeën en plots legt Frank daar een partituur voor je neus, een heuse notendans. Met die muziek vertelde hij al zoveel dat ik serieus op zoek moest gaan naar wat ik daar in beeld tegenover kon stellen. Maar ik hou van zoeken: als er niet kan gezocht worden hoeft het voor mij eigenlijk niet.’
Blasband: ‘Kijk, ik kom uit de filmwereld, en in de cinema toon je wat er gebeurt, en wat er gebeurt moet geloofwaardig zijn. Arafat en Barak hebben elkaar in werkelijkheid nooit gesproken – dat maakte het voor mij de facto al onmogelijk om hun dialoog te verfilmen. Wat ongelofelijk is aan theater is de vrijheid om imaginaire zaken te tonen – juist de dingen die niet bestaan, die niet gebeurd zijn laten de verbeelding van de kijker werken. Maar ook op scène wilde Johan elke vorm van realisme weren. Hij had natuurlijk gelijk: elke vorm van letterlijkheid zou het verhaal in het absurde hebben getrokken. Je kunt moeilijk twee acteurs op scène zetten die Barak en Arafat spelen – hoe kleed je die mensen aan, hoe gedragen ze zich? Johan is vrij snel met het idee gekomen om de ontmoeting te abstraheren via muziek, door een zangeres en een acteur op scène te zetten. Dat idee heeft ons bevrijd. Met muziek kan je spreken op een betekenisniveau dat je weghaalt van het realisme.’
Nuyts: ‘Ook in de muziek zelf wilden we trouwens elke vorm van letterlijkheid mijden. Ik heb vrij snel besloten dat ik geen Arabische, joodse of oriëntaalse klanken in de compositie wou – op enkele heel subtiele, heel fijne referenties na, die quasi ironisch zijn. Ook het feit dat Thomas Bellinck geen geschoolde zanger is hielp om de anekdotiek te vermijden. Ik heb van bij het begin gekeken wat zijn beperkingen en kwaliteiten waren en in functie daarvan ben ik aan het schrijven gegaan. Achteraf gezien hadden we zo’n stem nodig, een stem die voor een breekpunt zorgt. Ik zou nu de dingen die Thomas doet niet meer willen laten zingen door een professional.’
Als de twee figuren op scène niet Arafat en Barak zijn, wie zijn ze dan wel?
Dehollander:
‘Ze zijn de incarnatie van het conflict zelf, van de onmacht, van het zwijgen. Vandaar dat de rollen ook niet strikt gescheiden zijn: Ruth en Thomas zingen allebei tekst die zowel in de mond van Arafat als in die van Barak zou kunnen liggen. Het doet er niet toe wie spreekt, het doet er alleen toe dat er niets gezegd wordt. Desondanks opereren ze allebei op een ander niveau. Ruth verklankt het conflict op een efemere, ongrijpbare manier. Ze zingt de gedachten die boven de onderhandelingstafel zweven, die verdwijnen en verschijnen. Thomas zingt en speelt veel concreter, hij staat geworteld in het leven. Gekleed in een hemdje en een korte broek lijkt hij wel een onschuldig kind, dat op zolder allerlei spullen vindt om mee te spelen. Verstopt onder lakens – of zijn het woestijnen? – ontdekt hij stoelen om op te gaan zitten, stoelen om in een kring te zetten, om te vergaderen. Hij speelt, met de ontzettende verbeelding van een kind dat een vliegtuigje bouwt, zoals Frank net zo mooi omschreef: plots begint dat tuig te vliegen en gooit het bommen af. Het spel wordt realiteit.’
Blasband: ‘Dat spel is belangrijk om de monumentaliteit van de oorlog terug te brengen op mensenmaat. Ook terwijl ik de tekst schreef ben ik op zoek gegaan naar referentiepunten – we zijn allemaal kind geweest, we hebben allemaal een vader en een moeder, een vaderland. Barak en Arafat zijn ook jong geweest, ze hebben ooit de geuren opgesnoven van hetzelfde land. Maar op een gegeven moment zijn ze verworden tot het product en het culminatiepunt van een conflict, de verpersoonlijking van duizenden en duizenden mensen. Dat is een proces dat hen ontmenselijkt heeft, dat hen heeft verlamd en ondraaglijk eenzaam gemaakt. Ze zijn geschiedenis geworden.’
Al van bij het begin geeft de tekst van het libretto aan dat er niets wezenlijks zal gezegd worden. Waaruit put de voorstelling dan toch zijn spanning?
Blasband:
‘Uit de aard van het samenzijn zelf. Je hebt gelijk: er zit in het libretto geen suspens, geen ontwikkeling, geen dramatische progressie. Maar de situatie is zo gespannen dat zelfs stilstand geladen is. Stel je een hartelijke conversatie voor tussen di Rupo en De Wever over hun favoriete wijn – denk je dat zo’n gesprek vrij van spanning zou zijn?’
Nuyts: ‘Voor mij schuilt de dramatische spanning ook in de onderliggende hoop dat er tóch iets zal veranderen, dat er tóch iets zou mogelijk zijn – tegen beter weten in, tegen een geschiedenis van 5000 jaar in. Dat heet overleven: blijven hopen dat iets wat nooit zal gebeuren, toch zal gebeuren.’

Leven is politiek

In links-progressieve kringen is het bon ton om de kant van de Palestijnen te kiezen. Nemen jullie een standpunt in?
Dehollander:
‘Neen. Niemand van ons vond oordelen of veroordelen interessant. Je weet natuurlijk wel dat die twee figuren een bagage meesleuren, dat iedereen zich daar spontaan een beeld en een mening bij vormt. Op een gegeven moment kreeg ik bijvoorbeeld de kritiek dat de verhoudingen in Middle East niet kloppen – we brengen niet het verhaal van de moloch tegen de slachtoffers, van de stenen tegen de kogels. Maar met die opmerking kan ik niets. We hebben geen documentaire willen maken, hé.’
Nuyts: ‘De interpretaties gaan soms erg ver. Wij schrokken bijvoorbeeld nogal toen bleek dat het feit dat Thomas rondloopt in hemdje zou kunnen geïnterpreteerd worden als ‘pro-joods’ –aangezien Palestijnen zich nooit in die klederdracht zouden vertonen. Daar hadden we niet eens aan gedacht. Met dat soort zaken zijn we gewoon niet bezig geweest. Trouwens, wie van ons kent werkelijk de ‘realiteit’ in dat gebied? Hoeveel je ook over het Midden-Oosten leest of opzoekt, het zal nooit genoeg zijn.’
Dehollander: ‘Precies. We zijn met vijandbeelden niet sterker bezig geweest dan op het niveau van de gedachte: als we een cowboy hebben, moeten we ook een indiaan introduceren. Zelf ben ik nooit in het Midden-Oosten geweest. Is dat een probleem? Middle East is hier gemaakt, wordt hier getoond, voor een publiek dat in 99 procent van de gevallen ook nog niet in Jeruzalem is geweest. Alles wat wij weten weten we virtueel – via de tv, uit kranten of uit boeken. Dat is niks. Dus ben ik vertrokken vanuit de filosofie van het niks, op zoek naar beelden rond de wind, de geur, het zand, …’
Philippe, jij bent vaak in Jeruzalem geweest.
Blasband:
‘Ja, ik ken de stad een beetje. Het is een prachtige maar bizarre stad – de religie heeft er veel te veel gewicht, waardoor ze het leven dooddrukt. Het is voor de joden al 2000 jaar een mythische, gedroomde plek, voor meeste jonge Palestijnen is het enkel een symbool, aangezien zij nauwelijks toegang krijgen tot Jeruzalem. Voor de generatie van Arafat was dat anders. Arafat heeft er wel degelijk gewoond, hij heeft herinneringen aan geuren en beelden uit Jeruzalem.’
Nuyts: ‘Dat is zo mooi aan de slotpassage van Philippes libretto, waarin beide figuren spreken over de kleuren en geuren en smaken van de stad, over de geur van de pompelmoes en de citroenboom… Die zinnelijke passage, die zo ver staat van oorlog en dood, betekende voor mij een ware déclic. Opeens begreep ik het, werd het voor mij duidelijk waarom die beide volkeren zo gehecht zijn aan dat heilige land – omdat ze er simpelweg verliefd op zijn.’
Is Middle East een politieke voorstelling?
Dehollander:
‘Ze is politiek in haar keuze van onderwerp, maar voor mij is alles politiek, want alles is leven, liefde en dood, zin en onzin, geschiedenis en toekomst, … Ik maak het onderscheid niet tussen leven en politiek. Maar ik ga geen vlaggen gaan verbranden of strijdliederen aanheffen. In Vlaanderen hoef je maar een liedje in het Frans te zingen om tot ‘het andere kamp’ te behoren. Ik vind die tweespalt compleet oninteressant.’
Blasband: ‘Ik ben het eens met Johan: leven en politiek liggen dicht bijeen, je kan ze eigenlijk niet scheiden. Voor mij is het vooral boeiend om in bredere zin na te denken over communicatie en non-communicatie: hoe kan je praten met de vijand, met de persoon die je het meest haat van allemaal? Bij de onderhandelingen die op dit moment in België aan de gang zijn zou ik maar al te graag een vlieg op de muur zijn. Wat gebeurt daar tussen di Rupo en De Wever, politiek gezien, menselijk gezien?’
Nuyts: ‘Ik moet bekennen dat ik er wel eens van gedroomd heb om een verschil te maken. Geef toe, als we deze voorstelling nu eens zouden laten zien aan de protagonisten van het conflict vandaag, zou hun frank dan niet vallen? Een utopisch en ambitieus plan, ik weet het.’ (lacht)





Uit: ‘De Standaard’
“Transit festival 2010 in Leuven”
door MAARTEN BEIRENS
Transit, het festival voor hedendaagse muziek, bood in drie dagen een fascinerend panorama van zeer recente tot gloednieuwe composities.
Dertig werken passeerden de revue in Leuven, waarvan dertien er hun wereldpremière beleefden.
Het maakte van het weekend een intense onderdompeling in de allernieuwste muziek van gevestigde waarden en aankomend talent, van Vlaamse en buitenlandse componisten. En dat in uitvoeringen die doorlopend een zeer hoog niveau haalden. De radicale houding loont ook, want Transit trok heel het weekend volle zalen. De verleiding is groot om in het festival een barometer te zien van wat er op dit moment leeft in de nieuwe muziek. Eerst en vooral is er de grote aandrang om te experimenteren. Componisten lijken zich steeds minder aan te trekken van normen en modellen. De vrijheid die ze vinden, gebruiken ze ten volle om met heel veel energie en vaak op een extreme manier muzikale mogelijkheden af te tasten en uit te testen. Frank Nuyts pikt in Sacha, gebaseerd op het stripverhaal van Charles Berberian, elementen uit de eerste helft van vorige eeuw op en gebruikt dat om nieuwe varianten van zijn vertrouwde harmonische principes op te bouwen. Waar dat bij Nuyts een subtiele kwestie blijft, leek het alsof Christopher Fox in Something to do with belief al zijn verworvenheden overboord kieperde. (...)

Uit 'Le Soir'
« Une nuit arabe » à la Samaritaine
CATHERINE MAKEREEL
jeudi 21 janvier 2010, 10:33
Critique Dirk Opstaele est un sacré conteur. Qu'il dirige son Ensemble Leporello dans d'orgiaques productions ou endosse à lui seul une onirique Nuit arabe de Roland Schimmelpfennig, le comédien et metteur en scène flamand nous fait voyager à mille lieux avec un théâtre sans fioriture.
Pratique
Jusqu'au 23 janvier, 16 rue de la Samaritaine, Bruxelles. Tél. 02-511.33.95.
Shéhérazade au masculin, il nous hypnotise d'un bout à l'autre de ce conte allumé, qui démarre dans un banal immeuble de banlieue pour finir dans un décor des Mille et Une Nuits. Dans la moiteur estivale, cinq personnages vont se croiser au fil d'une cavalcade délirante. Il y a le concierge qui mène l'enquête pour résoudre un problème d'eau. Au septième, Léa prend une douche pendant que sa colocataire Fatima attend l'arrivée de son amant Khalil. Dans le bloc d'en face, Angelo zieute Léa, nue sous la douche, et se prend d'une passion dévorante pour l'inconnue. Ça galope de haut en bas, tandis que l'un est bloqué dans l'ascenseur, une autre se retrouve enfermé dehors, un amoureux transis finit prisonnier dans une bouteille de cognac et une célibataire somnolente se métamorphose en favorite d'un cheik au sein d'un harem baigné de sortilèges.
Et pour faire cavaler tout ça, un seul comédien, dans une performance époustouflante. Sans décor, Dirk Opstaele incarne les cinq personnages, en flamand (surtitré en français) et avec un minimalisme expressif. Il se déplace d'à peine un mètre à la ronde et emporte pourtant cette histoire dans un tourbillonnant voyage. Une prouesse réglée au millimètre avec la pianiste qui l'accompagne, Iris De Blaere.
C'est l'autre petite merveille du spectacle : dans une composition de Frank Nuyts, la musique conte sa part elle aussi, tissant un motif pour chaque personnage, tout en ajoutant des bruitages cocasses. La musique nous aide ici à faire notre cinéma.


Uit 'De Standaard'
Muziek die onder de huid kruipt
maandag 18 januari 2010
Klassiek
GENT - Liefst drie pianisten én de striptekenaar Randall C. brachten in de Handelsbeurs hulde aan de com- ponist Frank Nuyts.
Van onze medewerker

De Belgische componist Frank Nuyts bouwde de laatste jaren bijzonder ijverig aan een fors piano-oeuvre. Als uitloper van de (uitstekende) cd met de sonates vier tot zes werd een concert op touw gezet met de drie pianisten die op die cd elk één sonate voor hun rekening namen. In de Handelsbeurs in Gent speelden ze telkens een deel uit ‘hun' sonate, gekoppeld aan een werk uit het grote klassiek-romantische repertoire. De tekenaar Randall C. mocht elk deel live van een illustratie voorzien.

Drie pianisten op één podium, dat betekent drie temperamenten, en drie verschillende interpretaties van Nuyts' muziek: genuanceerd en afgemeten bij Benjamin Van Esser; passioneler en met meer zwier bij Marc Masson; en krachtig, zelfs wat gespierd bij Elisa Medinilla.

Het is dan ook muziek die zoveel uiteenlopende vertolkingen perfect kan verdragen. Frank Nuyts verstaat de kunst om schijnbaar eenvoudige composities te schrijven, niet spectaculair laat staan extravert, maar met zin voor detail en nuances en een enorme muzikaliteit. De kleur van de akkoorden, de finesses van de ritmiek: ze getuigen van een feilloos gevoel voor timing en sfeer. En Nuyts mag dan al gebruik maken van elementen uit de jazz, de blues en zelfs de pop, die versmelten zo mooi met het andere materiaal dat alles vanzelfsprekend lijkt. Dit is geen muziek die de luisteraar wil overdonderen, dit is muziek die onder de huid kruipt.

Des te vreemder dus dat uit de sonates van Nuyts alleen fragmenten werden gespeeld. De werken van Leos Janacek, Robert Schumann en Johannes Brahms waarmee ze werden gecombineerd, variëren van bekend tot overbekend en staan, zeker wat Schumann en Brahms betreft, stilistisch wel erg ver van de muziek van Nuyts. Ook de vertolkingen maakten niet duidelijk waarom precies voor die combinaties was gekozen.

Alleen al voor de samenhang was een integraal Nuyts-programma interessanter geweest. Nu was de enige eenheidsscheppende factor de tekeningen van Randall C, sober in witte lijnen op een zwarte achtergrond. Een element dat zeker kon bekoren, maar dat ook de aandacht afleidde van muziek die geen visuele ondersteuning nodig heeft.

Gehoord op 14/1 in de Handelsbeurs.

www.hardscore.be

Maarten Beirens

Van 'Een fan'

Beste,

Gisterenavond mocht ik bovengenoemde voorstelling bijwonen in Theater Samaritaine, Brussel
ik vond dit buitengewoon goed gebracht !
Graag mijn felicitaties doorgeven aan Dirk Opstaele en Iris De Blaere :
het pianospel, de tekst, de performance was met heel veel SWUNG gebracht !

ik heb er van genoten,

Proficiat !

niek doyen uit Wetteren

Van 'een Nederlandse fan'

Raymond zegt, "De premiere in Utrecht was zeer de moeite waard!
Zoals ik je al zei The River en Summer Waves vond ik erg mooi vanwege o.a. de linkerhand, Katerina speelde het erg mooi ! Sukses met evt. bijschaven. Groet, Raymond Boekelder.".


Uit deVerdieping TROUW

Nuyts’ sonates zijn parels

’Thoughts about stacking, stomping and starting out’, zo luidt de volledige titel van deze cd met de Piano- sonates 4, 5 en 6 van de Vlaamse componist Frank Nuyts. In Neder- land is Nuyts relatief onbekend – ten onrechte. Je zou Nuyts een neo- tonaal componist kunnen noemen, maar daarmee doe je zijn veelkleu- rige werk tekort. De gewezen slag- werker begon ooit als hardcore modernist, nam vervolgens een afslag richting rockmuziek en vond in dat brede veld zijn eigen stem.


Zijn muziek is één grote gedachtestroom, met organische associaties naar blues, jazz en rock – indachtig John Cage, zoals hij zelf zegt. Die stilistische buitelingen zorgen er para- doxaal genoeg voor dat je Nuyts’ werk uit duizenden herkent. De drie pianosonates zijn parels: virtu- oos, technisch geraffineerd en direct aansprekend. Ze worden bo- vendien poëtisch (en waar het hoort ’stompend’) uitgevoerd door Elisa Medinilla, Marc Masson en Benja- min Van Esser. (AF)


Uit De Standaard door Maarten Beirens

Thoughts about stacking, stomping and starting out. 3 Sonatas for piano.
Met zijn pianosonatas nummer 4, 5 en 6 bouwt de Vlaamse componist Frank Nuyts gestaag voort aan wat intussen al een indrukwekkende reeks grootschalige pianowerken is geworden. Dat grootschalige mag letterlijk worden genomen, want de sonates 2, 3 en 4 vormen samen een 'supersonate' - een werk waarvan de drie delen elk afzonderlijk sonates zijn. Dat klinkt allemaal complex en ambitieus (en dat is het ongetwijfeld ook), maar het doet geen afbreuk aan het onversneden muzikale plezier dat deze stukken uitstralen.
Nuyts is altijd een componist met een brede muzikale belangstelling geweest en ook hier levert dat fantasierijke muziek op, die op een verfrissende manier allerlei invloeden door elkaar weeft.
Ravel en Debussy mengen zich met jazz en blues. Klassieke formele strengheid gaat hand in hand met levendige, prikkelende muzikale fantasie. Het is geen toeval dat Nuyts hier inspiratie vond bij de gitarist Ry Cooder of de popmuzikant Stan Ridgeway.

Uit E-nieuws HGent

Frank Nuyts: drie sonates voor piano (op één cd)

Voor wie wil kennismaken met de muziek van Frank Nuyts, docent compositie en orkestratie aan Hogeschool Gent Conservatorium, biedt de nieuwe cd 'Thoughts about stacking, stomping and starting out' een sublieme introductie. Pianisten Elisa Medinilla, Marc Masson en Benjamin Van Esser vertolken zijn 'postmoderne' (ahum!) composities voortreffelijk en we durven er ons hoofd op verwedden dat ook u straks wat zit mee te swingen of te 'stompen'.

Romantiek en blues
De toon wordt gezet met 'Adde parum parvo', een pianosonate opgedragen aan oud-directeur Guy Aelterman. De eerste beweging van deze compositie laat je in een notendop kennismaken met Franks mentaliteit, zijn stijl en muzikaal talent.
Een zeer herkenbaar muzikaal thema heroriënteert Frank Nuyts bij elke herneming ervan. Wat in de eerste maten als een romantisch wiegenliedje aandoet transformeert naadloos naar een bluesmelodie. Even later duikt een tweede thema op dat refereert aan de pulsen die je vaak bij dj's hoort. Door zijn interesse voor niet-klassieke muziek integreert Frank Nuyts vaak elementen uit die muziekgenres. Postmodernisme heet dat, een weg die Frank Nuyts al een dikke twintig jaar met succes bewandeld.

Stacking, stomping & starting out
Frank Nuyts’ composities zijn stilistisch zeer verscheiden wat ze voor ons telkens opnieuw tot een ontdekkingstocht maken. Tegelijk vereist zijn muziek een grote techniciteit van de muzikant, maar dat is als dusdanig voor niet-musici nergens storend. Het is, aldus Yves Senden in het bijhorende boekje, 'in die muzikale evidentie dat techniek, stilistische diversiteit en artistieke rijkdom elkaar ontmoeten. Bovendien wordt de vertelling doorheen herhaalde beluisteringen alleen maar dieper, of het nu het opzwepende van 'stomping' betreft, het herkennen van wiegende motieven, de ragfijn uitgewerkte weefsels van subtiele sonoriteiten of het poëtische van een 'ding dong'.
 
 uit ‘Klara’s 10’

Frank Nuyts - 3 sonates voor piano
Referentie: Etcetera KTC 1377 Uitvoerders: Elisa Medinilla, piano (sonate nr.4); Marc Masson, piano (sonate nr.5); Benjamin Van Esser, piano (sonate nr.6) Programma: Frank Nuyts: Sonate nr.4 voor piano "Adde parum parvo" (opgedragen aan Prof.dr.ir. Guy Aelterman) - Sonate nr.5 voor piano "Blue rays-Ry's blues" (opgedragen aan Luc Brewaeys) - Sonate nr.6 voor piano "Outlaw's exit" (opgedragen aan Johan Huys) Ingevoerd: 05-06-2009

De zes pianosonates van Frank Nuyts (°1957) vormen samen één grote supersonate, en zijn gecomponeerd volgens hetzelfde vormprocedé. In 2005 bracht het label Etcetera de tweede en derde sonate uit met pianisten Saori Oya en Benjamin van Esser, en nu is er dus deze nieuwe opname met sonates 4,5 en 6.
Frank Nuyts is een veelzijdig musicus die zich duidelijk niet in een hoekje laat duwen. Als percussionist richtte hij in 1989 zijn eigenzinnige groep Hardscore op, en als componist schrijft hij voor dans- en theatergezelschappen, maar ook voor de klassieke orkesten en kamermuziekensembles. Ook deze pianosonates zijn niet onder een noemer te plaatsen. Alhoewel de structuur eerder klassiek is - door o.a. de toepassing van sonatevorm en rondovorm - kan je invloeden uit filmmuziek, jazz en zelfs funk terugvinden. Het is of Frank Nuyts je hier wil meenemen voor een boeiende reis doorheen de westerse "tonale" muziekgeschiedenis. Met Elisa Medinilla, Marc Massot en Benjamin van Esser heeft hij alvast drie enthousiaste en fijnzinnige uitvoerders. De mooie ronde klank van de Yamaha C7 en de uitstekende opname door Acoustic Recording Service zorgen ervoor dat deze sonates volledig tot hun recht komen en zeker de moeite waard zijn om te ontdekken.
Vincent Goris


Extrait du “Monde de la Musique” Avril 2006 par Jacques Amblard

On tenta souvent, notamment G. Connesson ou P. Zavaro, d’intégrer à la musique savante contemporaine le “folklore” populaire de la musique pop international. Il reste chaque fois l’impression d’un relatif échec, (....)
Or, Frank Nuyts allié goût naturel pour ces musiques pop et connaissance virtuose du piano, ce qui lui permet de trouver inconsciemment les équivalents de ces énergies intraduisables à la lettre. (...)
C’est à la fois ironique, poétique, ridicule et sublime, bref, réussi.
Pour ceux qui douteraient des dons d’écriture du compositeur, la partie suivante très virtuose-avec les arpèges répétitifs, comme un effet récurrent parce que réglé par un séquenceur, mais le tout dans une écriture de piano classique-est étonnante et magistralement interprétée.


Review uit Knack Focus 15 maart 2006-04-03 door G.V.V.
Twintig jaar oud is het al, dat huppelende muziekstukje van Frank Nuyts met de hippietitel Rastapasta. Blijkt nu dat er aan de orkestversie ooit een versie voor 2 piano’s voorafging die nog meer huppelt! Zeker in de versie van de twee uitstekende pianisten Saori Oya en Benjamin Van Esser. Drie minuten swingen: dat is het. Deze muziek wil vrij bewegen en laat zich niet in een keurslijf persen. Nuyts suggereert echter van wel met de Sonates 2 en 3. (...) De muziektaal van Frank Nuyts zit nu eenmaal diep geworteld in zijn opleiding als slagwerker. Kriebelende tempowijzigingen en drive staan centraal. Krachtig resonerende klanken, rapsodisch geweld en bruisende virtuositeit beheersen het terrein....


Review in Nieuwe Vlaamse muziek door Jan Bouquet.
De Japanse Saori Oya en de Maaseikenaar Benjamin Van Esser hebben een CD opname gemaakt met piano werk van Frank Nuyts. ... De CD begint met het bekende Rastapasta, deze keer in een uitvoering voor twee piano’s. ... De uitvoering is onberispelijk, ritmisch erg transparant en van alle bombast ontdaan gespeeld.... Schitteren door afwezigheid, dat is immers de leiddraad doorheen dit werk. Geen nadruk op de eerste tel, geen duidelijke melodie. Het is geen popnummer in een klassiek jasje, het is klassieke muziek die zich laat inspireren door de pop. In de lijn van Ravel... (...) Daarna komt de derde sonate gespeeld door Benjamin Van Esser (...) Dat Nuyts van opleiding slagwerker is hoort men goed in deze sonate, ze is ritmisch weerom erg uitgewerkt. Tot slot de tweede sonate gespeeld door Saori Oya. Ook deze sonate bevat een veelheid aan invloeden, ritmes, thema’s en stijlen. Toch laat Nuyts horen dat hij hieruit een duidelijke eigen stijl gepuurd heeft, die noch simplistisch, noch intellectualistisch, braaf noch rauw is, maar altijd degelijk uitgewerkt en interessant. Nuyts is bijna niet te betrappen op overbodige noten of muzikaal plamuur. Dit is een hele mooie CD, die bij een eerste luisterbeurt reeds begrijpbaar is, maar die bij de tiende keer nog steeds interessante ontdekkingen oplevert. En zoals reeds eerder gezegd, hij is even onberispelijk ingespeeld door Saori Oya en Benjamin Van Esser.

Review in Muziek & Woord (februari 2006) door Fred Brouwers.
Frank Nuyts – Sonatas & Prelude
Saori Oya en Benjamin Van Esser, piano
Etcetera KTC 1291
(...) Zo wil Frank Nuyts een supersonate maken, bestaande uit drie sonates van elk drie delen en waarvan er nu twee zijn opgenomen... (...) Van Frank Nuyts lees je vaak dat zijn muziek sterk beinvloed wordt door rock,pop en jazz. Wanneer je zoiets leest, mag je je meestal aan het ergste verwachten. De oppervlakkige ‘crossover’ heeft meestal niet veel te bieden. (...) Niet zo bij Frank Nuyts. Yves Senden legt het in het boekje met tekst en voorbeelden uit, ik heb het gewoon gevoeld, het gaat hier om echte organische ‘crossover’. Dat kom je niet veel tegen. Frank Nuyts is volop bezig zich bij ons maar ook internationaal door te zetten, dit album is alweer een stap. CD van de week 30 januari - 3 februari .


Review uit "THE SYDNEY MORNING HERALD” Week-end Edition.
August 27-28, 2005 Deep breath of fresh vitality The Songcompany rarely fails to excite through its consummate artistry, and the wit and intelligence of its programming. Thursday’s performance was no exception. It provided an eclectic mix of music, old and new, whose verbal and musical signs explored the inevitable cycle of inhalation (...) The contrapuntal subtleties of the Italian and French madrigalists were audible in works by Marenzio and Monteverdi (...) The early Flemish polyphonists found a worthy living counterpart in Frank Nuyts, whose short duet setting of a Shakespeare lyric and his assured vocal treatment of an Italian text adapted from Racine were highlights of the program. (...)

Uit: Nieuwe Vlaamse Muziekrevue.
ROUNDABOUT Werk van Frank nuyts, Frank Vaganeé, Ernst Vranckx, Octaaf van Geert, Gyuri spies. Deze cd bevat werken van docenten van het Conservatorium Gent uit zowel klassieke als jazz/lichte muziek afdeling. De uitdaging was het componeren van zgn. cross-over-compositie. Resultante is een afwisselende en boeiende cd, stevig van uitvoering, goed van opname, een parrel aan de kroon van de Hogeschool Gent. Frank Nuyts realiseert con brio zijn missie met X-raying...My Radio 1/2/3/4. Het zijn 4 aanstekelijke werkjes, verbluffend van koloriet, melodisch - harmonisch vernuft en een hoog Nuyts-oversteek gehalte dat we reeds langer gewoon zijn van hem.
Lucien Posman

BRITANNIS. een tragische intrige
ensemble Leporello Tien acteurs spelen en zingen het verhaal en beelden het collectief uit. Samen vormen ze het "koor" dat in enkele door Frank Nuyts getoonzette passoges "het volk van Rome" voorstelt. Ritmische poyfonie in het verlengde van het ritmische rijm; slechts begeleid met wat percussie; scanderend, obsederend; klank gevend aan de woede en de verbijstering van het volk, of aan de tomeloze chaos van de situatie. Een bijzonder hoogstaande, collectieve prestatie. In Frankrijk oogste de naar het Frans vertaalde versie staande ovaties. Britannis toert dit najaar nog door Vlaanderen. Jaques Van Holen

Et voici "BEKKET" d'après Beckett. En théâtre, musique et mouvement,
l'Ensemble Leporello clôture sa semaine à Tournai.
Onze comédiens et cinq musiciens inventent une choréographie rythmée, un concert de mouvements et d'échos, en réponse au néant. Au commencement, il n'y a rien. Un monde sans mémoire et sans présent impose son silence.
"Nous devons survivre avec tradition orale. L'ethnie rescapéé n'a gardé que des signes, des signaux, des rituels, des jeux vocaux et rythmique."


Les clés d'un monde
C'est en effet à une cérémonie tribale que le public est convié. Quelques clés sont nécessaires pour entrer dans cette création qui séduit mais déroute. Issue d'une planète que la vie a désertée, la compagnie s'appuie sur une mémoire collective en fragments. Une énergie venue de l'Est souffle sur la page. On pense de très loin à Kantor, à Wagner. " Ne cherchez pas Samuel Beckett dans cette choréographie", annonce le metteur en scène Dirk Opstaele. C'est cependant l'oeuvre " Le Monde" que les silhouettes arpentent sans mots. Le texte, c'est la partition. Des chants en langue bantoue (swahili), une savante polyphonie, des murmures : même le souffle bat la mesure. L'excellent orchestre écrit la légende destinée au choeur. Marimba, piano, clarinettes, percussion : la musique créée par Frank Nuyts nourrit la fresque qui se déploie sur une scène nue. La griffe de l'Ensemble Leporello, c'est un théâtre dépouillé de décors et d'artifices. Cette fois encore, après "Un Tartuffe" et "Britannis", la compagnie officie dans une sobriété qui van jusqu'a l'ascèse. La marionnette géante, prévue depuis la genèse, ne fait plus partie du spectacle. Et cependant, le plaisir des planches demeure tangible. Les gestes et mouvements évoquent un pèlerinage, une mise au monde, une histoire à reconstituer. Un roi, un pronce, un chef se fait attendre, une puissance occulte qui mobilise les énergies. Est-ce lui, le géant que des mains solidaires tendent de relever, d'ériger? Le spectacle ne livre pas tous ses mystères. Le spectacle souhaiterait entre davantage dans le défi mais les clés ne lui sont pas confiées. A lui donc d'imaginer, de compléter les tableaux qui suggèrent le mythe. Un excellent univers vocal et musical les met en lumière. La rondeur du monde est l'objet de la quête. Elle se trace à pas comptés, dans une synergie très étudiée.